De geschiedenis van Koninginnedag
Koninginnedag heet van oorsprong Prinsessedag.
De geschiedenis van deze feestdag begint op 31 augustus 1889.
Prinses Wilhelmina wordt dan negen jaar.
Het plan om haar een speciale nationale feestdag te geven is niet zomaar een spontaan idee. Het is zorgvuldig bedacht.
De liberalen bedenken Prinsessedag omdat het een beetje rommelt in hun partij en met deze feestdag willen ze de eenheid in hun partij verstevigen. Dat is de eerste reden voor Prinsessedag.
De tweede reden is dat Prinsessedag het volk gelegenheid geeft om zich meer achter de troon te scharen; het is dus goed voor de nationale eenheid.
Het maakt mensen er trots op dat ze Nederlander zijn.
Een derde argument voor Prinsessedag is dat het de oogstfeesten kan vervangen. Deze worden aan het eind van de zomer gehouden, maar in heel Nederland op verschillende data.
Als je één feestdag hebt, weet iedereen waar hij aan toe is, denken de liberalen.
Verder is Prinsessedag een feest voor iedereen. Niet alleen voor de boerenbevolking.
Ook de burgers in de stad hebben dan een reden om feest te vieren.
In november 1890 overlijdt Koning Willem III, de vader van prinses Wilhelmina.
Wilhelmina is de troonopvolgster. Ze is pas 10 jaar, nog te jong om een land te besturen. Haar moeder, Koningin Emma, regeert daarom in de plaats van Wilhelmina.
Op 6 september 1898 wordt Wilhelmina tot Koningin ingehuldigd.
Vanaf die dag heet Prinsessedag Koninginnedag.

Wanneer Koningin Juliana het koningschap van haar moeder Wilhelmina overneemt, verschuift de datum van Koninginnedag naar 30 april; de verjaardag van Koningin Juliana.
Als eerbetoon aan haar moeder verandert Koningin Beatrix later de datum van Koninginnedag niet in 31 januari, de datum van haar eigen verjaardag. Koninginnedag blijft op 30 april.










